Federatie van Nederlandse Vrouwenclubs Lyceumclubs

De Federatie van Nederlandse Vrouwenclubs Lyceumclubs werd op 10 september 1930 opgericht en heeft ten doel de belangen van de Lyceumclubs in Nederland te behartigen en de leden te vertegenwoordigen in de International Association of Lyceum Clubs, de IALC. De Nederlandse Vrouwenclub/Lyceumclub Amsterdam, opgericht in 1923, de Nijmeegse Vrouwenclub in Lyceumverband, opgericht in 1925, en de Groningsche Vrouwenclub Internationale Lyceumclub, opgericht in 1929, vormen samen de Federatie van Nederlandse Vrouwenclubs Lyceumclubs. Het contact tussen de leden van de drie clubs wordt bevorderd door een jaarlijkse Contactdag, beurtelings georganiseerd door één van de drie Lyceumclubs in Nederland. De Federatie en het Federatiebestuur vergaderen tweemaal per jaar in Zwolle.

Het Federatiebestuur bestaat uit leden van de drie Nederlandse Lyceumclubs. De Federatiepresident vertegenwoordigt de Nederlandse Federatie bij de jaarlijkse vergaderingen van het BCI, het Bureau Central International.

Het Federatiebestuur bestaat uit: 
Bettine Polakpresident (LC Amsterdam)      
Madeleine van der Vlist-Diehlvicepresident (LC Groningen)          
Cordelia Davies-Blackburnsecretaris (LC Amsterdam)   
Henny Nijenhuis-Koomanpenningmeester (LC Groningen)    
Marianne van de Kamp-Struiklid (LC Nijmegen)

Constance Smedley

De eerste Lyceumclub werd in 1903 door Constance Smedley in Londen opgericht. Haar voorbeeld was vermoedelijk de Britse club, de herensociëteit waar mannen van goede komaf elkaar ontmoetten, borrelden en dineerden. Een jaar later waren er  al 1500 vrouwen lid. Haar doel – een wereldwijde beweging – sloeg eveneens aan, want binnen een paar jaar bezaten steden als Berlijn (1905), Parijs (1906), Hamburg (1906) en Florence (1908) ook een Lyceumclub.

Op 6 februari 1932 worden LC Groningen, Arnhem en Leeuwarden geïnstalleerd als leden van de Federatie. Eerder hadden de LC’s Den Haag, Amsterdam en Nijmegen zich al aangesloten bij de Federatie. Ook Dordrecht wordt in 1932 genoemd als mogelijk lid. In 1939 en 1946 zijn nog 5 clubs lid: Amsterdam, Nijmegen, Den Haag, Arnhem en Groningen.

De Lyceumclubs Amsterdam, Nijmegen en Groningen hebben allen tot doel het op neutrale basis  tot elkaar brengen van vrouwen, die belangstelling hebben voor kunst, wetenschap en maatschappelijk welzijn en die door hun persoonlijke inbreng willen bijdragen tot goede onderlinge verstandhouding en vriendschap.

Opgemaakt te Nijmegen op 18 september 1930

Op 14 mei 1940 verscheen als bijvoegsel in de Staatscourant het bericht, dat de Koninklijke Goedkeuring op de Statuten was verleend bij K.B. van 19 maart 1940:

Een Koninklijke goedkeuring was volgens het Nederlandse recht van 1855 t/m 1976 nodig wanneer een vereniging rechtspersoonlijkheid wilde krijgen.

Ter gelegenheid van het 18de Lustrum van de Groningsche Vrouwenclub Internationale Lyceumclub op 4 juni 2019 is er een boekje over het leven van Constance Smedley en het ontstaan van de Internationale Lyceumclubs in het Nederlands verschenen, samengesteld door Marion van Assendelft en Anneke Renkema, beiden leden van de LC Groningen.